[Herinneringen] Jammer

Bert Cappelle

Sinds 2010 heb ik haast onafgebroken de rubriek Idioom & Co mogen vullen met observaties over eigenaardig taaleigen, wonderlijk woordgebruik en zonderlinge zinswendingen. Mijn eerste stukje vormde een ont-moeting met het snel ont-aarde-nde koppelteken in het discours van leer-krachten gods-dienst, priesters en wel-zijnswerkers. (Past-orale zin-geving, iemand?) Mijn laatste stukje, over het dialoogpartikel nu eenmaal, eindigde met de nu wel erg toepasselijke woorden, ‘Niets blijft nu eenmaal bij het oude’. Jammer dat er aan Over taal, in zijn huidige vorm, een einde komt, want ik heb nog een hele reeks onderwerpen die me een stukje waardig lijken. Van ‘jammer’ gesproken, bijvoorbeeld: vreemd toch dat we kunnen zeggen dat iets ‘jammer’ is of dat we het kunnen hebben over het ‘jammere’ van de zaak, maar niet dat je ‘jammer’ bent iets mee te maken, terwijl je wel  ‘verdrietig’ kunt zijn. Iets anders wat me plots opviel, is ‘opvallen’: hoe is dit woord ooit in onze taal terecht gekomen: neervallen, ja, maar opvallen? Ik las ook ergens over ‘schaatspistes en drankstalletjes, waar het je voor de ogen duizelt van de rode mutsen’: welk soort zinsdeel is ‘van de rode mutsen’ hier? Zinnen als ‘Ik was een goede frontsoldaat geweest’ en ‘Als de pil o zo betrouwbaar was, dan zat ik hier niet’ doen me afvragen in welke omstandigheden we het hypothetische ‘zouden’ niet hoeven te gebruiken. Dat brengt me bij ‘hoeven’: bij welke werkwoorden kun je, zoals bij dit werkwoord, ‘te’ weglaten? ‘Iets niet hoeven (te) doen’, ‘iemand helpen (te) ontsnappen’, ‘iets durven (te) vragen’, ‘beginnen (te) werken’, ‘iets proberen (te) onthouden’: ben ik er nog vergeten (te) vermelden? Waarom klonk ‘accordeonfile’ plots minder mooi dan ‘filegolven’ voor de VRT-verkeersredactie? Waarom zeggen mensen soms dat het belang van iets niet ‘onderschat’ kan worden, in plaats van ‘overschat’? Of dat ze een illusie ‘armer’ zijn, in plaats van ‘rijker’? Hoe komt het dat je weet wat iemand bedoelt met ‘een Weinsteintje doen’, ook al kan je de betekenis niet in een woordenboek opzoeken? En vooral: wat maakt een stukje taalgebruik tot een ‘idioom’? Allemaal vragen die voorlopig zullen moeten blijven prangen. Jammer.

 

Bert Cappelle is docent en onderzoeker Engelse taalkunde aan de universiteit van Rijsel. Hij is sinds 2012 vast medewerker van Over taal.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: